Geluk of lijden.
Hebben we dan te kiezen? Is het leven niet één groot tranendal met groot lijden zoals in oorlogen, natuurrampen, beschavingsziekten als kanker en ebola? Maar ook met klein lijden als verliezen op de beurs, leven met een chronische ziekte, zakken voor een examen, een relatie die uitgaat. En nog kleiner lijden als een sombere bui, een slapeloze nacht, een ruzie, kiespijn of een miskoop.

Je kunt gebeurtenissen ervaren als zware of minder zware beproevingen in je leven. Je kunt daar de hele dag mee bezig zijn, je gevoel erdoor laten bepalen en wegzakken in een grenzeloze apathie en wanhoop. Zover kan het gaan en misschien nog wel verder. Je mee laten sleuren in lijden en zelfmedelijden. Waarom is het leven zo lastig?

Rupsje nooit genoeg
Veel mensen lijden daar meer onder dan ze willen toegeven. We proberen ons zoveel mogelijk tegen ongeluk te verzekeren. We doen aan letselschadeclaims. Gaan staken voor behoud van pensioen. We inventariseren risico’s en verzinnen passende maatregelen. Maar waarom zijn die nooit genoeg?

We bestrijden ons ongenoegen ook op andere manieren. Drie keer per jaar gaan we op vakantie. We geven gul aan goede doelen. We werken hard aan onze carrière. Kopen een huis en daarna een nog groter huis. We zorgen dat wij en onze kinderen het materieel goed hebben. En eenmaal met pensioen dan wordt het Benidorm, golfen en cruises.  Maar waarom is dat nooit genoeg?

We proberen op alle mogelijke manieren lijden te vermijden en geluk af te dwingen. Maar het lot lijkt ons telkens te slim af. Wat is dat voor een wereld waarin wij leven en wat is dat voor een leven dat wij leiden? Het lijkt wel of kiezen voor geluk altijd leidt tot ongeluk, tot houden wat je hebt, tot angst voor verlies,tot rupsje nooit genoeg,  tot agressie, hebzucht en conflicten.

Onthechten?
Maar stel je nu eens voor dat je tegen jezelf zegt: zo is het leven. Als ik veel verwacht en veel te wensen heb, vraag ik om teleurstellingen. Stel dat ik op hou met vechten tegen de bierkaai. Stel dat ik minder, veel minder waarde ga hechten aan bezit. Stel dat ik me niet meer vast hou aan uiterlijk vertoon, positie, financiële veiligheid tot mijn dood. Stel dat ik nergens aan gehecht zou zijn, niets hoeft vast te houden of op te houden. Wat er is, is er. Wat er gebeurt, gebeurt er. Het hoeft niet mooier, lelijker, beter, slechter. Alles is goed zoals het is en daardoor perfect.

Dat lijkt een vorm van existentialisme, van nihilisme zelf, niet waar? “Het doet er niet toe wat ik doe of niet doe” Ja, dat lijkt alleen maar zo. Want als je dat idee gaat aanhangen, zul je je ook ongelukkig voelen. Er wringt en wroet dan iets van binnen dat niet lekker voelt. Dus dat is de oplossing niet.

Of surrogaat?
Zolang we in ons denken onderscheidt blijven maken tussen geluk en ongeluk, tussen wat we wensen en afwijzen, tussen goed en kwaad, tussen wat is en wat had kunnen zijn, zolang we de wereld en het leven opdelen in tegenstellingen, zullen we onrustig zijn, ons niet voldaan voelen en zal er geen vrede in ons hart komen. We zullen steeds een tijdelijk geluk ervaren dat zomaar wegvalt. Surrogaat geluk dat afhankelijk is van omstandigheden om ons en dingen buiten ons, fijn voor even, maar oh zo vluchtig. Wie herkent dat niet?

Ga voor de ander
Toch is er wel een weg, een andere weg dan die onmogelijke keus. Er is wetenschappelijk onderzoek dat helpen van anderen zeer bevredigend is en geestelijke en lichamelijke gezondheid bevordert. Dat is dus: jezelf wat minder belangrijk vinden en anderen wat belangrijker dan jezelf. De oude wijsheid van het altruïsme,actieve compassie met anderen.

Dat lijkt een eenvoudige oplossing. Wie begaan is met het lot van anderen heeft geen tijd om aan zichzelf te denken. Dat is ook eenvoudig. Alleen is het toepassen hiervan donders moeilijk.  Wie heel goed naar binnen kijkt, naar de motieven van waaruit je keuzes maakt, beslissingen neemt en handelt, komt een heel lange periode zichzelf tegen. Er zit meer egocentrisme in de mens dan je denkt. Dat egocentrisme is de bakermat van denken in tegenstellingen waarvan de meest basale “ik versus de ander” is en de daarop volgende de tegenstelling tussen lichaam en geest, geïntroduceerd door Plato.

Moed tot spiritualiteit
Spiritueel leven is een leven waarin je voortdurend alert bent op die tegenstellingen, op de slinkse en sluipende manieren van je geest om jou persoon toch te vermeerderen en de ander te verminderen. Spiritueel leven betekent dat je voortdurend er aan werkt om de belemmeringen die tegenstellingen in jezelf scheppen, te slechten, er van te leren en daardoor zelf te veranderen, te helen, heel te worden, Wat betekent één met alles, één met de ander, één met de ruimte, één met de tijd, één met de Eeuwige, de Onverwoestbare, de Boeddhanatuur, God, Allah, Brahma. Daarin is geen sprake meer van geluk of lijden.

Deze zegenrijke staat van Verlichting vraagt van ons een dagelijkse beoefening. Onszelf oefenen in helder waarnemen, in actieve liefde, in concentratie en inzicht. Het vraagt ook moed, eerlijkheid, openheid, doorzettingsvermogen.

Dat kun je alleen opbrengen als je op een of andere manier gegrepen bent door ´spiritualiteit´, als je de Geest krijgt, het Verlangen voelt. Alleen dan kun je de keus maken om serieus werk te maken van een spiritueel leven.

Print Friendly