Hoe scheppen en herscheppen wij onze wereld? We staan er nooit zo bij stil maar we zijn er elke seconde van de dag mee bezig. En van de nacht. We doen dat niet alleen. We doen het samen met alle andere mensen, met de dieren, de planten, met elke molecuul en atoom in het universum. Zoals boeddhisten zeggen: niets bestaat onafhankelijk van elkaar, alles is met elkaar verbonden in een eeuwige cirkel van actie en reactie, van wederzijdse afhankelijkheid en beïnvloeding.

Maar daar wilde ik het nu niet over hebben. Ik wil nu naar een bijzonder aspect daarvan kijken. Dat aspect gaat juist over kijken. Hoe zien wij wat we zien, wat doen wij met wat wij zien en wat heeft dat voor gevolgen.

Een vaak geciteerde uitspraak van Einstein is: “Je kunt een probleem niet oplossen op het niveau waarop het is ontstaan.” Hij bedoelde dat het beter is om afstand te nemen en je zicht te verruimen, het probleem waarmee je worstelt als deel in een groter geheel te gaan zien. Je neemt dan letterlijk een ander standpunt in. Maar hoe doe je dat?

Feit is dat we het grote geheel meestal uit het oog verliezen. We zijn zo bezig met onze alledaagse problemen en alledaagse verlangens dat we er in verstrikt raken en niets anders meer zien. We denken er zelfs niet meer aan dat je afstand kunt nemen. De kikker die zich levend laat koken!
Gelukkig ben jij vandaag hier.  Je weet of voelt dus dat er een andere mogelijkheid is. Je wilt groeien. Je wilt veranderen. Je wilt rust. Je wilt, je wilt, je wilt…. En misschien dat dit willen juist een onderdeel van het probleem is.

Misschien een goede vraag voor de meditatie vanavond: Wat is dit willen? Wat is dat, dat zich bezig houdt met willen. Dus juist niet mediteren op de vraag ‘Wat wil je’ , maar op ‘het willen’ en ‘dat wat wil’

Het kan daarbij helpen om enig begrip te hebben van hoe wij met de wereld om ons heen en met onszelf omgaan. Laten we eens zien.

We hebben blijkbaar een manier gevonden om een gevoel van zelf, van ik te laten ontstaan in die wederzijds afhankelijke wereld. Een manier die ons het gevoel geeft iemand te zijn, een persoon te zijn, onderscheiden van de ander. Dat prettige gevoel heeft wel een keerzijde: er ontstaat scheiding, ik hier en zij daar. Een verdeling. Met alle pijnlijke gevolgen van dien.

Indachtig Einstein zullen we nu wat afstand nemen. We laten de hoeveelheid dagelijkse beslommeringen even voor wat ze zijn. We gaan stil zitten en kunnen dan een glimp opvangen van de manier waarop we onszelf tot deel maken en het geheel uit het oog verliezen.

Wat we dan kunnen ontdekken is de werking van wat de boeddhisten de vijf skanda’s noemen.
Dat zijn vijf min of meer met elkaar samenhangende elementen die permanent aanwezig en aan het werk zijn: 1.omgeving, 2.gewaarwording, 3.waarneming, 4.wil en 5.bewustzijn. Meestal schenken we geen aandacht aan die werkzaamheden. We ondergaan de activiteit zonder er bij stil te staan, zonder te weten waar we ons nu precies wel en niet van bewust zijn, zonder echt te onderkennen wat nu de grond is van onze keuzes en beslissingen. Meestal doen we alsof we geen andere keus hebben. We hebben onze gewoontes, standpunten, klaagzangen en rechtvaardigingen in beton gegoten en begraven; die doen hun werk en daar leven we ons leven mee, zo goed en zo kwaad als het gaat. Het leven is nu eenmaal lijden en de hemel is voor het hiernamaals. Tot je ontdekt dat het niet zo hoeft te zijn.

Laten we een kijkje verder nemen:
Skanda 1:Wij behoren allereerst tot de wereld van de vormen, zowel uiterlijk als innerlijk. Ons lichaam wordt ook als een vorm gezien met de vijf zintuiglijke vormen: neus, mond, huid, oor, oog inclusief hun vermogen tot ruiken, smaken, voelen, horen en zien. Ook ons brein valt onder deze categorie, inclusief zijn vermogen tot denken. Onze zintuigen zijn als de radar die altijd aan staat.

2. Van zintuigen gaan we naar zintuiglijke gewaarwording.
Gewaarworden is als de werking van de radar. Zonder onderbreking scant het elke innerlijke en uiterlijke situatie. Elke verandering daarin wordt opgemerkt. Dat kunnen veranderingen zijn op fysiek, materieel gebied, op emotioneel gebied, op mentaal gebied en op intuïtief gebied. Die veranderingen worden ontvangen als plezierig, vervelend of neutraal. Hier begint al de werking van afstoten en aantrekken, van agressie en hebzucht, van scheiden en verenigen. Voor een deel instinctief vanuit ons reptielenbrein, voor een deel vanuit ons lymbische brein. We spreken dan van sensaties, gewaarwordingen, indrukken.

3. Van gewaarwordingen gaan we naar perceptie.
Omdat gewaarwordingen voortdurend optreden, gaan we ze herkennen. De zuigeling koppelt na enige tijd het onplezierige hongergevoel aan de prettige moeder die de oplossing is. Zo ontstaat de perceptie van ‘moeder’ waar later nog de klank ‘mama’ aan toegevoegd wordt. Wat onze zintuigen na verloop van tijd ontvangen, wordt direct doorvertaald naar een perceptie en een concept, een complex van vormen en gewaarwordingen die min of meer vastigheid krijgen. De eenheid tussen object en subject raakt gescheiden. De cognitie kan gaan beginnen. Waarnemen in deze zin is dus herkennen, verwerpen of bevestigen van  emotioneel geladen beelden.

4. Van perceptie naar wilsbesluit
Het emotionele beeld is geladen met energie. Het schept de noodzaak tot beweging, tot actie. Schreeuwen als je maag leeg is. De energie krijgt focus op een doel, wordt intentioneel en ontlaadt in een wilshandeling, zoals zuigen aan de borst. Daarbij ontstaan mentale conditioneringen en beelden als liefde, haat, vertrouwen, hoogmoed, jalouzie, en nog 28 andere.

5. Van willen naar bewustzijn.
Eigenlijk is dit geen eigenstandige overgang. Bewustzijn groeit mettertijd en is de bewuste en onbewuste beleving van al deze beweging, een weet hebben van en een weten hoe. Die beweging is noodzakelijkerwijs eerst gericht op het scheppen van een eigen bestaan, egocentrisch en conditionerend. De persoonlijkheid ontstaat in de loop van dit proces en wordt als Zelf ervaren. Maar het Zelf dat ervaren wordt is dus eigenlijk het verstenen van deze beweging tot beelden en zich herhalende patronen die voortkomen uit opvoeding, cultuur en reacties op gebeurtenissen. Telkens als dit voltooid wordt, nemen angst en verlangen de controle over.

En dan: Van bewustzijn naar bevrijding
Het grote geheel zit als het ware gevangen in het kleine deel. Het wil uitbreken en duwt en duwt. Dat is de pijn van het bestaan. Daarom zit jij vandaag waarschijnlijk hier. Je voelt die duw, die drang, de pijn. Het Zelf zal die drang met alle kracht weerstaan en de pijn willen ontlopen. De familie en verdere omgeving zal het graag een handje helpen. Het Zelf denkt dat het heel wat te verliezen heeft aan dat grote geheel. Is daar bang voor. Wil het niet. Tot het op een dag een spoor van licht ziet, licht aan het eind van de tunnel, licht dat de grot binnen valt. Dan begint het ontwaken. Om uiteindelijk te ontdekken dat er niets te verliezen valt, alleen maar te winnen.

Hans van Zanten/Orgyan Donden

ZanZen Instituut/Doorwerth / 2015

Als  toevoeging een tekst van Cecile Messer, Theosofische Vereniging Californie

Laten we, om de manier waarop de skandha’s functioneren te illustreren, eens naar een sinaasappel kijken. De sinaasappel zelf, de kleur en vorm ervan, de ogen die hem zien, de geur en de neus die hem ruikt zijn alle rupa. De aangenaamheid van zijn schoonheid en geur is vedana. De herkenning van zijn oranje kleur, zijn doordringende geur en bolvorm als een sinaasappel is sañña. De behoefte om hem te bezitten en op te eten is sankhara. Het hele proces van bewustzijn van de sinaasappel is viññana.

Ofschoon de skandha’s in feite simultaan werken op een complexe interactieve manier, kan het nuttig zijn een ervaring te analyseren in plakjes wat de tijdsduur betreft om te verduidelijken uit welke basiselementen deze ervaring is opgebouwd. Ik wil de werking van de skandha’s graag reconstrueren door haar te schetsen, hoezeer dat ook een beperking inhoudt, in een lineaire terugblik op een hypothetische situatie. Terwijl u in een meditatie situatie zit, waarbij u gebruikt maakt van de Vipassana-technieken (inzichtmeditatie) en een geavanceerde Boeddhistische visualisatie, zou u de volgende ervaring kunnen hebben. Nadat u enige tijd op uw ademhaling gelet hebt, begint uw stuitje pijn te doen. De gedachte komt bij u op om uw positie in uw stoel te verschuiven om de pijn te verlichten. Dus beweegt u een stukje en begint u opnieuw te letten op uw ademhaling, gedachten, gevoelens, geluiden enzovoort. Na een periode van dynamische stilte rijst er een beeld op van uw goeroe. Het transformeert tot een schitterend gouden licht, dat uw kruin binnenkomt en zich in uw hart zetelt. Een gevoel van onbeschrijfelijke gelukzaligheid vult uw wezen terwijl liefde uit uw hart straalt naar de innerlijke en uiterlijke wereld.

De adem, het stuitje, de stoel, de godheid, het licht, het hart en de wereld zijn vorm/rupa. De gevoelens van pijn, gelukzaligheid en liefde zijn gewaarwording/vedana. De herkenning of waarneming van de voorwerpen, fysiek en mentaal, is perceptie/sañña. De wil om te bewegen, de gehechtheid aan het beeld, de glorie van de ervaring en de intentie om de liefde te delen zijn wilsbesluit/sankhara. Het bewustzijn van ademen, van pijn, van het opkomen van gedachten, het bewegen van het lichaam, de stilte, het opkomen van het beeld, het transformeren van het beeld, het opkomen van gelukzaligheid en de uitstralende liefde zijn bewustzijn/viññana. Het beoefenen van de meditatie vond helemaal plaats in het rijk van de skandha’s. Maar is er geen meditatie voorbij dit rijk?

Print Friendly