Sogyal Rinpoche van RigpaVisie, meditatie en handeling

door Sogyal Rinpoche; Londen 1977.
Visie, meditatie en handeling is een samenvatting van een serie lezingen, getiteld: “Hoe feitelijk te mediteren”. Sogyal Rinpoche gaf deze lezingen in de eerste helft van 1977 in St Mark’s Church Hall, London.’

Gepubliceerd in 1977 door Orgyen Cho Ling
Tibetaans Boeddhistisch Studie en Meditatie Centrum, Londen.
Vertaald door Marja Jongejan en Erik Hoogcarspel
Nabewerkt en heruitgegeven in 2015 door ZanZen Instituut, Orgyen Donden.
—————————-

JamYang Khyentse Chökyi-Lödro
Hulde aan mijn eigen leraar, zo vriendelijk,
grenzeloos ieder begeleidend op zijn eigen wijze,
Heer Manjushri (JamYang) in menselijke gedaante,
Wiens alwetende (Khyen) Erbarming (Tse),
eenieder die hem ontmoet bevrijdt!

Opgedragen aan mijn Tsawai Lama,
Jamyang Khyentse Chökyi-Lödro
en aan allen in de Khyentse traditie.

——————————————-

Onze frustraties doorbreken

Veel westerse mensen die een spiritueel pad willen volgen voelen zich aangetrokken door oosterse filosofie en levenswijze en zijn in het bijzonder gefascineerd door meditatie. Meditatie is bijzonder krachtig maar ook heel subtiel. Daar zijn veel misverstanden en waanideeën over. Veel mensen zien Boeddhisme als iets exotisch en ‘te gek’ maar onmogelijk om te betrekken op hun dagelijkse leven.

Sommige mensen hebben een mentale weerstand tegen meditatie omdat ze denken dat het iets spiritueels of zelfs religieus is en het daarom alleen voor mensen is die ‘heilig’ en ‘goed’ willen worden. Daarom wijzen zij het volkomen af.

Anderen worden aangetrokken tot meditatie omdat ze het zien als een extatische geestestoestand waarbij alles zalig, extatisch en bewustzijn veranderend is. Dus dromen zij er op weg.

Er zijn ook mensen die netjes zijn en oprecht, die mediteren zien als een erg rigide geestelijke discipline. Voor hen wordt mediteren bijna een militaire oefening.

Dan zijn er mensen die mediteren beoefenen als een soort intellectueel tijdverdrijf, een hobby of een emotionele steunpilaar, maar zonder echte betrokkenheid.

De benadering van Boeddha is de essentie van alle spirituele paden en is niet beperkt tot een bepaald land of cultuur. Wat de Boeddha leert heeft direct betrekking op frustraties, de bron van ontevredenheid en verdriet in ons leven. Deze frustratie is iets heel subtiels. We proberen er op vele manieren aan te ontsnappen.

Als we ongelukkig zijn houden we ons bezig met dingen waarmee we dat gevoel ontwijken, dingen die ons afleiden. Wanneer we onszelf eerlijk bekijken zien we dat de meesten van ons zichzelf voor de gek houden, onophoudelijk.

Samsara is een Sanskriet woord dat deze toestand van voortdurende frustratie beschrijft. Het betekent steeds weer rondtollen in een vicieuze cirkel. Dat is ons leven in ons gewone, wereldse bewustzijn. Samsara is leven met dat beperkte, wereldse bewustzijn.
We doen steeds weer dezelfde dingen en herhalen steeds weer dezelfde fouten. We zitten gevangen in erg neurotische patronen die dienen om de echte pijn niet te hoeven voelen. We willen niet alleen zijn met onszelf.

In deze toestand van verwarring gunnen we onszelf niet de tijd en de ruimte om te begrijpen wat er met ons gebeurt. Onze geest is als een poel modderwater. We proberen het water helder te krijgen door er steeds weer in te roeren. Onze handen worden moe en het water steeds modderiger. We zijn druk bezig en proberen iets te bereiken. Toch komen we niet verder. We blijven uiteindelijk ontevreden. Als de emotionele verwarring tenslotte erg groot wordt, is het water niet alleen modderig maar het kookt ook nog.

We kunnen het water ook gewoon met rust laten. Als we het modderwater van onze geest laten bezinken worden we langzamerhand gezond en helder.
We hebben dit allemaal weleens in ons leven ervaren. Je kunt het merken wanneer je naar een prachtige zonsondergang kijkt, langs de zee loopt, rustig zit in een bergweide, door het bos wandelt, naar muziek luistert of in aanwezigheid van een groot leraar bent. Dan ben je plotseling helemaal in harmonie.

Op zulke momenten komt er een gaatje in het dikke wolkendek van onze neurotisch voortrazende gedachten en waanideeën. De zonnestralen schijnen er doorheen. Dit is niet de volle realisatie van onze Boeddhanatuur of verlichting; meer een vleugje, een flits, een sprankje dat ons af en toe overkomt. Maar voor we het weten is het alweer weg.
Als je er op wacht gebeurt het niet. Daarom moeten we van deze situaties leren.

Hoe maak je die breuk in het wolkendek groter, zo dat de zon er voller en langer door kan schijnen?
Ten eerste: ga gewoon zitten. Laat het modder vanzelf bezinken. Dan wordt je geest vanzelf helderder en rustiger naarmate je haar minder manipuleert en oppookt.

Ten tweede, wanneer we een spiritueel pad inslaan kan dat pad zelf een ambitie worden, een strijd of een wedstrijd in perfectie. Alle goede activiteiten, zoals meditatie van een bepaalde duur elke dag, kunnen mechanische en automatisch worden. De realisatie van ons echte wezen is echter niet iets dat je moet bereiken.

Er is niets te bereiken, niets te verwerven. We zijn al verlicht maar herkennen het niet. We zijn verborgen Boeddha’s. Dat is de ironie van onze frustraties, te willen bereiken wat we al zijn! In Nederland zeggen we: ‘Je zoekt naar het paard en je zit er op”.

We proberen allemaal te leren van goeroes, spirituele leraren; we lezen stapels boeken en luisteren naar lezingen. Het allerbeste kun je echter leren van je eigen verwarring, te beginnen met je eigen frustraties, Niemand kan dat in plaats van jou doen.

Dat bedoelde Boeddha toen hij zei: ‘Ik heb jullie de weg naar bevrijding laten zien. Of je die weg wilt volgen of niet laat ik aan jullie over.’

De bron van onze frustratie is dus feitelijk ons eigen streven en onze eigen begeerte, al datgene dat het water van de geest modderig maakt. Als we onszelf een beetje tijd gunnen en de kans om dat najagen van iets te vergeten, dan zullen we beginnen om ons natuurlijke wezen te proeven. Dit is meditatie. Een manier van loslaten.

Meditatie is de volstrekte ontspanning van lichaam, spreken en geest. Er is dan eenvoud, humor en een alledaagsheid die bijna magisch is.

In zekere zin kun je eigenlijk niet zeggen wat meditatie is, maar je kunt wel zeggen wat het niet is. Het is niet iets dat je min of meer geforceerd aan de geest oplegt. Je gaat ook niet in een extatische droomtoestand zweven.
Het gaat om twee dingen: alles laten gaan en alles laten zijn.
We moeten het modderwater van onze neurotische geest laten bezinken en het uit zichzelf helder laten worden.

Meditatie is niet alleen voor kalme mensen. Het is juist ook voor mensen die doorgedraaid zijn en totaal gefrustreerd. Dat zijn mensen bij wie het modderwater altijd maar door woelt.

In het modderwater van de geest zijn er altijd nieuwe elementen die komen en gaan. Een deel van die smerigheid bezinkt steeds en een deel komt steeds naar boven. Maar toch, je merkt het niet, er is altijd ook helderheid in het vieze water, onopgemerkt omdat het niet zichtbaar is.
Het verleden is voorbij, de toekomst is er nog niet. Maar opeens wordt het heden verleden en de toekomst wordt heden. Een onophoudelijk proces.

Wanneer de kloof tussen verleden en toekomst overbrugd en gedicht wordt, ligt er een scherm over het heden. Het heden is dan niet meer ervaarbaar. Dit is het punt waar dwaling zijn intrede doet en het Ik het stuur overneemt.

Meditatie, een fundamentele manier om onze geestelijke gezondheid te behouden

Fundamentele geestelijke gezondheid is die toestand waarin we echt samenvallen en in harmonie zijn met onszelf.

Het is ook zo dat onze fundamentele geestelijke gezondheid datgene is wat ons tot mensen maakt. Mensen kunnen echter ook duivelser zijn dan welke geest ook omdat ze hun verstand op een krankzinnige manier kunnen gebruiken.

Dat is wereld: het gebruiken van je verstand op een krankzinnige manier. Als je in het werelds, relatieve bewustzijn verkeert, en daarin verkeren we allemaal min of meer, ben je je niet bewust van je krankzinnigheid. Het is als een totaal donkere dag waarop je de zon helemaal niet kunt zien. Je herinnert je niet eens wat de zon is. Het voelt als een situatie zonder uitweg.

Maar we zijn mensen met het vermogen tot intelligentie, al maken we daar niet altijd gebruik van. Als we intelligent handelen zijn we ons bewust van de toestand waarin we verkeren en beginnen we ermee te werken.
We herinneren ons wat de zon is, we kunnen soms haar warmte voelen. Intelligentie is een sprankje van ons wezen.

Verlichting is de totale ervaring van de zon. Er is dan geen duisternis, er is geen herinnering omdat het een toestand is van puur bewustzijn. Niets is duister dus herinnering is niet nodig. Het is echt een vrije toestand; of liever, een toestandloze toestand zonder beperkingen.

Wat is er dan misgegaan met ons verstand? Hoe is het krankzinnig geworden? We geven het geen kans, geen tijd of ruimte. Wanneer we volkomen ontspannen zijn, dus met lichaam, spreken en geest, dan ervaren we ons eigenlijke verstand, onze intelligentie. Eén wezen in volledige harmonie.

Dit is de werkelijke geestestoestand van vrijheid. Geest zonder inspanning: helder, krachtig, precies en geestig. Dan kun je je verwant voelen met alles, en wat het belangrijkste is, met jezelf.

Maar we geven deze toestand geen kans. Er is altijd iets anders dat we aan het doen zijn. Er is altijd een ‘later’. We werken aan ons toekomstig geluk, uit bestwil voor ons leven, met onze banaliteiten, schema’s en gemakken. In feite rennen we steeds rond op dezelfde plaats. Dat is niet alleen jezelf bedriegen maar ook zeer vermoeiend.

In het relatieve bewustzijn heb je een constante overlapping van gebeurtenissen en situaties. Niets schijnt apart te staan van iets anders. De opeenvolging is zo snel en aanhoudend dat er geen breuk is. Alle afzonderlijke ervaringen in ons dagelijkse leven schijnen in elkaar over te lopen.

Zelfs wanneer we fysiek gewoon zitten en niet hardop praten zijn onze gedachten voortdurend aan het fluisteren over verleden en toekomst. Er is geen ruimte, geen stilte, altijd bezig, bezig, bezig.
Het Ik wil altijd de kloof dichten om greep op de werkelijkheid te hebben, om die degelijk en onveranderlijk te maken. Dat is de manier waarop het zijn fundament zeker stelt, zijn domein schept.

Maar op het moment dat de zon doorbreekt, het moment van naakte ervaring, dan is er geen Ik. Het Ik is dan zo geschokt en verbluft dat het niet eens meer bestaat. Het eigen domein blijkt een illusie en het Ik heeft geen fundament. Onze begoocheling is ons werelds gevoel van Ik met alle pijn en teleurstellingen die daaruit volgen.

Ongelukkigerwijs zien we niet dat we onze tijd en energie aan het verspillen zijn. Maar zo nu en dan rebelleert onze fundamentele intuïtie, ons echte wezen een beetje en zegt: “Wordt wakker! Ik ben er ook nog. Er is een andere manier.”

Onze fundamentele intuïtie is er altijd, die is nooit weg geweest. Vanaf het beginloze begin zijn we volledig ontwaakte wezens. We laten dat alleen niet toe. De zon schijnt altijd, maar we zien haar niet door de dikke wolken. Er is geen opening. We zijn verborgen Boeddha’s.
Gelukkig is de situatie niet helemaal hopeloos en uitzichtloos. Vanaf dit moment kun je langzaam verstandig worden, stapje voor stapje. Als je jezelf tenminste wat tijd en ruimte gunt.

Ons eerste misverstand is dat er een inspanning nodig is bij mediteren. Meditatie is niet een speciale toestand van verstandigheid, maar van gewoon laten, laten zijn wat is zonder proberen. Het is niet-doen, niet-praten, niet-denken. Alleen maar zo-zijn, alleen maar dit-zijn.

Tenslotte is meditatie niet het beheersen van onze polsslag of stijgen in de lucht of het maken van een astrale reis in de vijfde dimensie. Dat is luxe. Voor het moment hebben we iets belangrijkers te doen. We zullen eerst onze natuurlijke verstandigheid en de wonderbaarlijkheid van het alledaagse leren herkennen.
********************************

Krankzinnige intellectuelen en domme mediteerders

De enige taak van meditatie is om ons wakker te houden. Dat is nodig omdat we ons allemaal nog in een slaaptoestand bevinden. We bedoelen daarmee dat we nog te zeer onbewust zijn. Ons leven is samengesteld uit drie slaaptoestanden. Ten eerste de gewone slaap die we elke nacht ervaren. Ten tweede is ons gewone dagelijkse leven in zijn geheel een slaaptoestand. Dan zijn er nog onze vorige levens die we ook al slapend hebben doorgebracht. Alles bij elkaar één grote slaap!

Allemaal hebben we ook het vermogen om wakker te worden. Dit kunnen we niet verstandelijk beredeneren. Het is net zoals sommige mensen ineens, van de ene op de andere dag, het licht hebben gezien, in Jezus zijn of moslim worden. Het is meer een intuïtief voelen en volgen. Zoals gezegd, wij zien allemaal van tijd tot tijd flitsen van deze waarheid.

Als we wakker worden uit onze grote slaap zijn we totaal open. Dit wil het woord Sangye, Tibetaans voor Boeddha, zeggen: Sang=wakker, Gye=helemaal open.

Er zijn twee misverstanden over vaardig mediteren. Veel mensen hebben het idee dat alleen al gewoon zitten voldoende is. Als het zo gemakkelijk zou zijn was iedereen nu al Boeddha. Hun houding is die van iemand die met gesloten ogen in een verlicht vertrek zit in de overtuiging dat het vertrek donker si. Dat is stom. Wat hen ontbreekt is Visie in meditatie.

De andere misvatting over meditatie is die van de krankzinnige intellectueel. Deze ziekte komt veel voor bij mensen in het westen. Zij leggen te veel nadruk op rechtlijnig analytisch denken en op intellectualisme als doel op zich. In feite kunnen mensen zo intelligent zijn dat ze wat meditatie betreft de plank volledig misslaan.

We denken te veel in begrippen. In eerste instantie is ons denken puur en vloeiend. Daarna beginnen onze gedachten te dralen, in cirkels te draaien, de ruimte in ons hoofd op te vullen. Begrippen laten een spoor na (zoals breadcrumbs in websites) en scheppen territorium. Ze kweken een valse intelligentie.

Echte intelligentie, ons innerlijk bewustzijn, is zowel intuïtief als rationeel. Maar in onze analytische maatschappij dompelen we deze intelligentie helemaal onder in begrippen.
Een dergelijke benadering van meditatie kan een intellectueel tijdverdrijf zijn, een kosmisch gedachtenavontuur of een goedkope sensatie. Het modderwater van de geest komt er eerder meer dan minder door in beroering. Nogmaals, de Visie in meditatie ontbreekt deze mensen.

Noch de domme mediteerder, noch de krankzinnige intellectueel heeft de juiste benadering van meditatie te pakken. Voordat je meditatie kunt beoefenen moet je je misvattingen er over kwijt raken. Op een subtieler niveau moet je zelfs iedere instructie voor het kwijtraken van je misvattingen afwijzen. Ook dat zijn alleen maar begrippen.

Dit geleidelijk loslaten van misvattingen kun je niet domweg doen alleen via meditatie. Wijsheid en vaardigheid zijn ook essentieel. Wijsheid is onze natuurlijke intelligentie, ons gezond verstand dat verborgen is achter het gordijn van begrippen.
Vaardigheid is de doeltreffendheid en doelgerichtheid in het handelen. Handelen op de juiste plaats, in de juiste tijd en op de juiste manier.
Wijsheid bezitten maar haar niet vaardig gebruiken is als een vogel met één vleugel, ze kan niet vliegen.
Ook al heeft de vogel deze twee vleugels van wijsheid en vaardigheid die vliegen mogelijk maken, dan nog weet de vogel niet hoe vliegen gaat. De begeleiding van een leraar is nodig om dat te laten gebeuren.

Voor mensen is de enige manier om de aangeboren aard van onze geest over te brengen en werkzaam te maken, van geest tot geest, van intelligentie tot intelligentie. Geen enkele andere bron is volledig.

De Visie in meditatie wordt door de leraar overgedragen in een praktische setting. Na deze overdracht kan de student beginnen aan zijn eigen ontwikkeling met behulp van het proces van meditatie.

De leraar is een spiegel die onze Boeddhanatuur reflecteert. Hij brengt ons oog in oog met de Boeddhanatuur. Hij stelt ons in staat om deze reflectie, de leraar, te herkennen als de geest.
************************************

Visie in meditatie (Ta.Wa)

Dat de Boeddhageest in ons helder, precies en krachtig is, wil niet zeggen dat we op dit moment ook zo kunnen handelen. Die pure natuur is aanwezig maar verborgen. We zijn verborgen Boeddha’s

In het begin moeten we ons door ons betrekkelijke, tweevoudige wereldbeeld heen werken. Dat is ons versluierd, werelds bewustzijn. Maar we moeten het aanvaarden en accepteren, want dit is waar we moeten beginnen. Er is geen ander beginnen.

Visie in meditatie is de natuurlijke intelligentie die het evenwicht bewaart tussen de heldere ongemanifesteerde aard van onze Boeddhageest en de versluierde, gemanifesteerde aard van onze wereldse geest, van Samsara.

Zonder Visie is elke meditatie die we doen ofwel dom ofwel krankzinnig.
Boeddhanatuur is helemaal vrij van pretenties. Maar het is niet een lege toestand zonder enige activiteit. Het is grenzeloze, onbeperkte ruimte. Het bevat alles wat bestaat en niet bestaat, zowel hemel als aarde, nirwana en samsara. Het is de basis van alle mogelijkheden.

In deze ontwaakte, toestandloze toestand is alles van één smaak. Er is geen kwaad dat onderdrukt moet worden. Er is geen goed dat moet worden versterkt. Alle tegenstellingen, paradoxen, verwarringen en ironieën zijn in harmonie.

Op dit moment is het zo dat we de werkelijkheid helemaal niet zien en mislopen. Ofwel we observeren zo intensief dat we ons verliezen in details.
Soms zien we een glimp, een sprankje van onze boeddhanatuur, maar we kunnen er geen enkele continuïteit in houden omdat we worden afgeleid en weggesleurd door onze verwarring.
We zitten gevangen in onze samsarische visie waarin we ten onrechte onze betrekkelijke en beperkte manifeste aard aanzien voor onze ware aard.
Dit wordt veroorzaakt door gehechtheid, door ons vasthouden aan de schijnbare fenomenen als waren ze echt. Dat is de Grote Grap; Het is ironisch hoe weinig ons werelds, beperkte handelen lijkt op en verwant is aan ons echte wezen. Het is zo doelloos en het werkt niet. Je wordt er niet gelukkig van. Je kunt zo dom zijn of zo intellectueel dat je niet eens merkt dat je in die Grote Grap gevangen zit.

Vragen wanneer en hoe we begonnen zijn dit te doen is tijd verspillen. Het leven is kostbaar en kort. Toen aan Boeddha deze vragen werden gesteld antwoordde hij met het verhaal van de pijl: Een man is ernstig gewond geraakt door een pijl. Is het dan beter om naar hem toe te gaan en te vragen “wie schoot de pijl af? Uit welke richting kwam hij? Hoe lang geleden gebeurde het? Heb je een levensverzekering” of is het beter onmiddellijk de pijl te verwijderen, 002 te bellen, en medicijnen te geven om te genezen?

Visie heeft dus twee aspecten. Sunyata of Leegheid als onze uiteindelijke werkelijkheid en schijnbare handelingen als het relatieve aspect van onze werkelijkheid. Ze zijn zoals de twee vleugels van een vogel.
Maar Leegheid drukt niet echt de betekenis van Sunyata uit. Het Tibetaanse woord voor Sunyata is Tongpa, dat betekent ‘laten gaan’. Op het moment dat alles ‘laten gaan’ is, is het leeg, is er geen onafhankelijk op zichzelf staand en onveranderlijk bestaan van wat dan ook.

Dit ‘laten gaan’, Tongpa, is de meevoelende uitdrukking van de Visie. Er zijn twee manieren om een schaal te laten balanceren. Eén is gelijke gewichten aan beide zijden plaatsen. De andere manier is alle gewichten aan beide zijden weg nemen.
Dat is het ‘lege evenwicht’ tussen het schijnbare en het echte, tussen het relatieve en het absolute. Er is geen gever, geen gift en geen ontvanger. Ze zijn allen één.
************************************

Hoe nu werkelijk te mediteren (Gom.Pa)

Gaan zitten, ’s ochtend, direct nadat je wakker geworden bent, is de beste tijd.
Op dat tijdstip ben je net uit je slaaptoestand gekomen maar nog niet in de routine van het alledaagse leven gerold. Er is hier een natuurlijke breuk. Het is een uitstekende tijd om te zitten.

Er zijn twee valstrikken die je om deze tijd moet vermijden. De eerste is dat je nog niet helemaal wakker bent en je meditatie een voortzetting wordt van de slaap. Maak jezelf daarom grondig wakker voor de meditatie, bijvoorbeeld door je gezicht te wassen, wat frisse lucht in te ademen. Maak geen formele ceremonie.
De tweede valstrik is dat je in je slaap gedroomd hebt, dat je die droom herinnert en dat die je bezighoudt. Nogmaals, maak jezelf goed wakker. Schrijf die droom desnoods even kort op en rond hem af.

Gun je de tijd om te zitten. Je kunt een uur zitten terwijl de meditatie slechts enkele minuten komt. Je ziet, meditatie is geen activiteit maar een toestand van er-in-zijn. Je moet er in het begin een beetje geluk bij hebben. Maak dus een uur vrij, gewoon om te zitten en te ‘laten gaan’.

Zit in het begin niet te lang. Begin bijvoorbeeld met 15 minuten en laat het dan toenemen, telkens met 5 minuten, tot je lang kunt zitten.
Een ontspannen, vrolijke stemming is de juiste houding om te zitten. Wees er niet te serieus, te plechtig in.

Je gaat zitten met een rechte rug. Dit bevordert ook de geestelijke harmonie omdat het de energie in staat stelt op de juiste manier langs het zenuwstelsel te stromen. Door deze zenuwen stroomt de lucht die de energie draagt en die wordt beschreven als ‘het wilde paard waarop de blinde geest rijdt’. Haal normaal, rustig adem. Er is geen speciale ademhaling. Rustige ademhaling, rustige geest.

Idealiter zit je in lotushouding of halve lotushouding. Maar als je dat niet gewend bent kan het pijnlijk zijn en afleiden in plaats van dat het een hulp is.
Probeer misschien eens te zitten in deze houding terwijl je theedrinkt of naar muziek luistert. Indiase Yogi’s en Tibetaanse leraren zijn niet geboren in deze houding. Ze groeien er in op. Zit in ieder geval met een rechte rug in een comfortabele houding.

Er zijn drie fasen van zitten.
De eerste is wanneer je net begint. We kunnen het voor-zitten noemen. Begin met het gevoel van openheid en deel dan je meditatie geestelijk met alle levende en voelende wezens. Nodig de aanwezigheid van Leraren en Boeddha’s uit.  Ga nu zitten voor het mediteren om Zhine te krijgen, de toestand van ‘verblijven in vrede’.

Er is geen echte meditatietechniek. Er is geen programma. Er zijn geen instructies. Laat het op een natuurlijke wijze gebeuren. Je hebt wel discipline nodig en een geschikte sfeer en omgeving om die spontaniteit mogelijk te maken.

Samsara, ons relatieve bewustzijn wordt veroorzaakt door bezitsdrang. Het is een grote opgave te verwachten dat iemand onmiddellijk al zijn gehechtheden opgeeft. Probeer tenminste niet te begeren tijdens meditatie. Laat het maar gaan. Stel je helemaal open.

Neem niet de houding aan het zitten wel te geloven. Zodra je jezelf er comfortabel in gaat voelen moet je argwaan krijgen. Dit is de tweede fase van het zitten. Je realiseert je dat je wat ontspannen bent. Op dat ogenblik maak je jezelf een beetje waakzamer. Je scherpt je bewustzijn, je recht je rug.

Als je oefening regelmatiger wordt zul je ongemerkt een overgang van deze tweede fase naar een derde maken. Een heel vloeiende overgang van de ene toestand in de andere. Voor je het weet is het gebeurd. Als je weet dat het gebeurt is het weg.

Er zijn ervaringen die je kunnen strikken. Je kunt je heel helder voelen of ondergedompeld in een heerlijke extase.
Blijf niet stilstaan bij ervaringen, voorkom dat je er aan verslaafd raak. Je kunt ook een zware, donkere, statische toestand ervaren. Laat ook die gaan. Maak jezelf waakzaam.
Alle soorten ervaringen kunnen voorkomen. Dus denk niet dat je speciaal bent. Wanneer mensen leraren vragen naar hun meditatie ervaringen krijgen ze vaak als antwoord dat ze noch goed noch slecht zijn en ze worden aangemoedigd vooral te blijven mediteren.
“Voor een Yogi hebben ervaringen geen eind”

Draag aan het einde van je oefening enig heil van je meditatie op aan alle levende en voelende wezens in deze wereld en andere werelden. Dit is volledige overgave.

Jullie hopen allemaal op resultaten. Zeker in de resultaatgerichte westerse wereld. Maar het kan heel lang duren voordat je de resultaten van je meditatie kunt zien. (wat niet wil zeggen dat ze er niet zijn!) Ze zullen steeds op een spontane, natuurlijke manier gebeuren, niet op een spectaculaire wijze. Langzamerhand ontstaat er meer verband tussen te Visie en je handelingen.

Het is onmogelijk om te proberen via meditatie wonderbaarlijke krachten als doel op zich te verkrijgen. Deze komen alleen als een natuurlijk bijeffect na een lange periode van volgehouden en constante beoefening. Deze krachten kunnen je vernietigen als ze niet op natuurlijke wijze verkregen zijn. Dus wordt geen tovenaarsleerling.

Een groot meditatieleraar uit de 19de eeuw, Patrul Rinpoche, vatte het samen toen hij zei: “drie dingen moeten op de juiste plaats blijven. De geest in je lichaam, het lichaam op de stoel en de geest in ontspanning.”
*************************

Stilte, verandering en bewustzijn (‘NE.JU.RIG.SUM’)

We vinden het moeilijk om te mediteren omdat we steeds afgeleid worden. We worden afgeleid omdat we niet ontspannen zijn.

Meditatie is niet jezelf inspannen, het is gewoon zijn. Leren te zijn en de dingen gewoon te laten gebeuren in plaats van ze te sturen of je eraan over te geven. Drukke opgejaagde mensen kunnen niet zitten en ontspannen. Luie, passieve mensen kunnen niet handelen.

Wanneer je stil bent en er komt een verandering, dan weet je niet wat je ermee moet doen. Dat is de moeilijkheid met de toestand van stilte.
Normaliter koppelen wij onszelf los van verandering of gedachte. Er is een gedachte, er is een denker en er is een proces van denken. In deze scheiding ontstaat verwarring.

We proberen altijd het moment te vangen en te bevriezen met de hoop dat het altijd zo zal blijven. Dat is een vorm van begeert die je beter kunt vermijden. Je leeft niet in het nu als je in begeerte bent.

Als we meedrijven met de stroom, met de verandering, zonder te proberen die te stoppen of onszelf ertegen te verzetten, dan is er geen probleem.
Maar we blijven meestal steken in een of andere toestand en kunnen niet het verband leggen naar het tegenovergestelde ervan. Terwijl die tegelijkertijd ook aanwezig is. In de toestand van stilte kunnen we niet omgaan met verandering. In de toestand van verandering kunnen we niet omgaan met stilte.

We zien stilte en verandering als twee verschillende werkelijkheden, twee universele waarheden, met een pijnlijke overgang van de ene naar de andere. In feite zijn ze echter slechts in onze nog slapende samsarische, wereldse geest gescheiden.

Als je nauwkeurig kijkt zie je in de stilte een vloed van verandering en te midden van alle verandering is er stilte.

Deze uitspraken lijken paradoxen te zijn. We hebben moeite ermee om ze te begrijpen. Dat is omdat onze westerse, analytische geest lineair werkt en op één niveau tegelijk. We realiseren ons niet, dat wanneer één toestand duidelijk en waarneembaar is, de andere tegelijkertijd aanwezig is, maar op een niet waarneembare, niet duidelijke manier.

Bijvoorbeeld, een steen is ligt stil. Maar op het niveau van atomen zijn z’n elektronen steeds in beweging op lichtsnelheid. Terwijl een kaarsvlam steeds beweegt lijkt hij toch stil te staan.
De opheffing van een paradox ligt in het begrip van de aard van gelijktijdigheid.

Het Tibetaanse woord ‘Zhine’ betekent: ‘verblijven in vrede’. De geest is stil en beweegt toch. In deze toestand van Zhine kun je de kloof tussen gedachte van verleden en toekomst ervaren. Het verleden is voorbij. De toekomst nog niet gekomen. In de kloof heersen rust en stilte.
Probeer niet om de kloof vast te grijpen, het moment te verlengen of te begrijpen. Zodra je je bewust wordt van de kloof is hij weg. Zodra je er iets mee wilt, is het moment voorbij.

Deze kloof is een vleugje van een nieuwe dimensie. Het is een echte brug, een kanaal naar onze Boeddhanatuur. (de Anthakarana) Het is tegenwoordige tijd. We kunnen het ook tijdloze tijd noemen.

Maar als er verandering komt kunnen we er niet mee overweg, We raken in de war en de kloof verdwijnt. Dus wat moet je doen? Laat gewoon de verandering voortgaan. Als je niet gespannen bent heeft verandering geen invloed en is ze geen verstoring.

In die kortdurende kloof is het ‘Ik’ verhongerd. Als er dan een verandering komt grijpt het naar de verschijnende fenomenen om zich daarmee te voeden. Het ‘Ik’ kan niet leven in de kloof. Dus verbergt het de kloof door het verleden te rekken en te kopiëren tot in de toekomst. Zo schermt het de tegenwoordige tijd af en wekt het de schijn van een permanente werkelijkheid. Deze zelf geschapen werkelijkheid beschouwt het als zijn exclusieve terrein.

Dus wat kun je doen? Maak de overgang van stilte naar verandering steeds vloeiender. Besteeds steeds minder aandacht aan verandering als aparte toestand. Als je vaker zit zal de kloof vaker komen en steeds langer worden. De kloof is de ruimte tussen onze gedachten. Hij groeit vanzelf, zonder inspanning.

Verandering si nog schadelijk, nog een hulp voor de toestand van stilte. Neem bijvoorbeeld de oceaan. Zowel beukende golven als het stilte maken er deel van uit. De gedachte dat verandering de stilte zou verstoren is belachelijk.

In het begin is het moeilijk om mee te vloeien met verandering. Laat het gewoon gebeuren. Er zit energie in de stilte. Laat het vloeien zonder het te onderdrukken of te manipuleren.

Wanneer je niet ontspannen bent bij het zitten krijgen afleidingen je in hun greep. Je verwacht dat alles automatisch rustig en stil zal worden. Maar dat gebeurt niet. Er zijn geluiden op straat, gepraat in de aangrenzende kamer en, het meest irritante, intellectueel geklets in je hoofd.
Je ziet deze verschijnselen als indringers, als onderbrekers van je meditatie, onruststokers. De telefoon gaat, iemand trekt de wc door. Je raakt verstoord en zenuwachtig. Je wordt zo ijl, zo kwetsbaar.

Probeer maar niet om volmaaktheid in meditatie te bereiken en om vervolgend gefrustreerd te raken als dat niet lukt. Ga binnen in het geluid in plaats van je ertegen te verzetten. Als jij de verandering wordt dan is er geen scheiding en geen irritatie.

Rigpa is het natuurlijke bewustzijn dat de toestand van verandering en stilte in onze geest erkent. Het is niet een gespannen, moeitevol intellectueel bewustzijn dat begrippen vormt. Het is gewoon het laten gebeuren van het natuurlijk voelen van gedachten. En als het denken gespannen en plakkering wordt, dit herkennen en weer laten vloeien.

Dus we moeten veel zitten en leren ontspannen, dan zullen we vrij van begeerte en gehechtheid worden. Op dit moment is het nog alsof we rijden op het krankzinnige paard van de uiterlijke verschijnselen zonder de teugels in handen te hebben.
*************************

Visie bij handelen (‘Chöd.Pa’)

Het is niet gemakkelijk om meditatie toe te passen in je dagelijks lven. Er is geen speciale techniek, het moet zich op een natuurlijke wijze ontwikkelen. Maar we kunnen toch beginnen met zes Boeddha-activiteiten.

  1. Vrijgevigheid
    Vrijgevigheid is jezelf de tijd en de ruimte geven om te zitten, zonder hoop of verwachting van enig resultaat. Als je deze houding hebt en deze vruchtbare omgeving schept, geeft het je tenminste een kans om het te laten gebeuren. Wanneer het gebeurt, gebeurt het. En zo niet, dan niet. Onthou dat liefdadigheid bij jezelf begint. Immers, als twee drenkelingen elkaar willen redden lopen ze grote kans beide te verdrinken.Sommige mensen hebben het erg moeilijk met ontspannen als ‘ontspannen worden’ hen helemaal in beslag eemt. Zij moeten wachten op een gelegenheid wanneer ze zitten en plotselling wel ontspannen zijn. Zij kunnen dan leren deze situatie vaardige te gebruiken en ‘het ontspannen zijn’ zo te ontwikkelen.
  2. Discipline
    Discipline is hier de allereerste inspanning om te zitten. Het wilsbesluit nemen en uitvoeren. Het besluit en de inspanning om Geest en lichaam samen op één plek te houden; om geheel betrokken en aanwezig te zijn. De allereerste inspanning gaat altijd aan de moeiteloze inspanning vooraf.
  3. Geduld
    Geduld is essentieel om je door de verveling en saaiheid van het zitten te helpen. Het voorkomt ook dat je ervaringen van helderheid of gelukzaligheid vasthoudt. Wees geduldig, zelfs als de nieuwheid van meditatie eraf is, als er niets gebeurt. Als er zelfs geen ongeduld optreedt.
  4. Doorzettingsvermogen
    Doorzettingsvermogen in meditatie is een vastberaden inspanning te blijven zitten en je door je luiheid en traagheid heen te werken, totdat er geen sprake meer is van inspanning.
  5. Concentratie
    Concentratie is waakzaam en bewust zijn gedurende het mediteren, voorkomen dat je in slaap valt of vervalt tot intellectueel redeneren over meditatie.
  6. Wijsheid
    Wijsheid is de uiting van onze natuurlijke intelligentie. Het houdt in dat je met een open geest luister en leert, ook van de meditatie instructies. Het gaat om proeven, voelen, laten bezinken en dat wat bezonken is toepassen in het mediteren.

Op dit moment zijn we nog verborgen Boeddha’s. We kunnen niet veel meer dan deze boeddha activiteiten imiteren en ze op onze eigen manier toepassen. We maken er slechte kopieën van. Maar het zijn tenminste kopieën.

Als je denkt dat je zo high en volmaakt bent dat je niet hoeft te mediteren, of als je minachtend gaat denken over karma, de alledaagse werkelijkheid en het helpen van andere mensen en dieren, dan heet dat het verliezen van Handeling bij de Visie.

Maar als je gewoon mediteert, denkend dat verlichting te ver weg is en de Visie onbereikbaar; als je je tijd alleen besteedt aan het helpen van anderen terwijl je zelf nog verward en in twijfel bent, dan heet dat het verliezen van Visie bij de Handeling.

Je moet wel enig begin van begrip hebben van verlichting en je ware aard, enige visie op Visie. Zoals Padmasambhava zei: Hoewel mijn visie zo uitgestrekt is als de hemel, zijn mijn daden minuscuul als meelkorrels.

Mensen benaderen spirituele oefening vaak zonder enige continuïteit. Ze komen en gaan, komen en gaan, komen en gaan. Dit betekent dat de persoon persoon blijft en de leraar leraar. Er is een complete kloof tussen de oefening en haar toepassing. Er is geen echte communicatie. Dit is frustrerend voor leraar en leerling.

De Engelsen staan bekend als gereserveerd, voorzichtig en verstandig. Als deze eigenschappen toegepast worden op spiritualiteit zullen ze nergens toe leiden.

Dus is het essentieel eens serieus te kijken en te beslissen of je jezelf aan een spiritueel leven wilt wijden of niet. Anders zal je, al volg je deze lessen, jezelf voor de gek houden.

Het leven is zo kort. Dus wees eerlijk tegenover jezelf en verspil geen tijd. Als je te corre3ct, te verstandig, te voorzichtig bent wordt het een ‘beschaafd begeren’. Al die beleefdheid en vriendelijkheid in de lessen maakt je betrokkenheid alleen tot een flirt. Je bent bang jezelf te verliezen. Aan de buitenkant lijk je vredig te zijn, maar vanbinnen ben je in verwarring en kook je.

Je bent dus niet eerlijk of beleefd als je winkelt, consumeert en zoveel mogelijk verschillende technieken en leren verzamelt als je maar kunt. Je behandelt de Dharma als gewoon nóg een ding, nog een optie, nog een gadget om te hebben. Dit is samsarische, wereldse Dharma. Maar je kunt niet altijd alle opties openhouden. Verdiep je in één leer, lijdt eraan, raak er verveelt door. Proef er de volle smaak van en bekijk of het iets voor je is. Blijf doorgaan, zelfs als de nieuwigheid eraf is.

Je moet de Dharma niet alleen toepassen op je gedachten maar ook op je gevoelens. Wanneer de Dharma niet van toepassing is op je totale wezen, ben je een huichelaar. Je gebruikt het dan om alles wat je doet te rechtvaardigen. Ook dit is samsarische, wereldse Dharma.
Zelfs de Dharma, de leringen die ons steunen door het begrijpen van het denken en ons de juiste weg wijzen om te leven, kunnen verdraaid worden om samsarische, wereldse doeleinden te dienen.
Jij verandert dan niet. Dharma is Dharma, leraar is leraar en deze situatie kan nog heel lang duren. Je kunt zo halsstarrig en blind blijven als ooit tevoren.

Wanneer je vast komt te zitten moet je je teleurstellingen verhelderen. Mediteer. Herhaal het proces steeds weer. Het is daarom dat je in de Ngondro, die aan de tantrische oefeningen vooraf gaat, de oefeningen elk 100.000 keer moet herhalen. Dit wordt niet gedaan als straf door de leraren, maar om je 100.000 gelegenheden te geven voor verlichting. Zelfs met zoveel kansen echter is er geen gegarandeerd resultaat. Maar als je de Dharma echt toepast op zowel je geest als je gevoel “kan de mediteerder de meditatie verlaten maar zal de meditatie niet de mediteerder verlaten”.

Hou je bij wat er op je bord ligt. Totdat je verteerd hebt wat je gegeven is moet je niet om meer vragen en meer eten dan goed voor je is. Als je eet om te eten ben je als een duif die de hele nacht bezig is zijn nest te maken en nog steeds niet is gaan slapen als de zon opkomt.

Als meditatie iets echts, iets serieus voor je wordt, doe het dan gewoon. Je hoeft niet alles langs te gaan wat je erover geleerd hebt. Het drukt zich ook al uit in alledaagse bezigheden. Het wordt een inspanningsloze inspanning. Dan worden zelfs de meest vervelende slavenkarweitjes meditatie.
Je hebt niet bewust vrijgevigheid, geduld en de rest van de Boeddha activiteiten nodig als een steun.

Mensen vragen vaak: ‘Hoe gedraagt een verlicht wezen zich?’ Verlicht zijn is niet steeds in een slow-motion scene van een Kong-Fu-film zitten. Het is niet afwassen en wegtrippen op de luchtbelletjes in de gootsteen. Het si niet het uitslaan van koffiedik-kijken-wijsheid.

Grote leraren zijn heel alledaags. Zo alledaags dat ze verder zijn dan jij. Je mist helemaal waar het om gaat. Ze schijnen niets speciaals te zijn. Maar in feite zijn ze te subtiel, te direct voor jou en daar ben je niet aan gewend. Nog niet.
————————————–

Sogyal Rinpoche is een geïncarneerde Tibetaanse leraar, opgeleid in de boeddhistische traditie door enkele van Tibets meest geëerde leraren. Hij is opgevoed als zoon door de grote Jamyang Khyentse Chokyi-Lodro. Hij is herkend als een incarnatie van Terton Sogyal Lerab Linga, ontdekker van de spirituele kostbaarheden (terma) van Guru Padmasambhava.
De openbaring van deze terma’s doorbreekt met kracht de frustraties van onze tijd en past op bekwame wijze de Dharma toe.

In zijn vorige incarnatie was Sogyal Rinpoche de persoonlijke leraar en vriend de 13de Dalai Lama. Rinpoche is een neef van zowel zijn heiligheid Karmapa als Dilgo Khyentse.

Hij begeleidde Z.H. de Dalai Lama de 14de bij diens eerste bezoek aan het westen en stichtte vervolgens Orgyen Cho Ling. In de 70er jaren begon hij in de VS en Europa les te geven met Kyabje Dudjom Rinpoche als tolk en hulp.

Sogyal Rinpoche is opgeleid aan het Trinity College in Cambridge waar hij vergelijkende godsdienstwetenschappen studeerde. Hij heeft een diepgaand inzicht in de westerse geest en haar frustraties.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Print Friendly